Fysiotherapie (kinesitherapie in België) is nog een relatief jong beroep. Het is dan ook niet verwonderlijk dat onze wetenschappelijke vakkennis de voorbij jaren een sterke progressie heeft gemaakt. En maar goed ook! Een evaluatie- of behandelingsmethode die bij wijze van spreken 10 jaar geleden nog up-to-date was, is dat niet noodzakelijk nog steeds vandaag. Wat eens zwart en wit was, wordt dikwijls toch wel iets grijzer, naarmate we meer en meer te weten komen over specifieke evaluatie- en behandelingsmethoden.

“The more you know, the more you know you don’t know”.

Deze grijze zone is voor velen een uitdaging. Voor de ene therapeut is deze grijze zone een positieve uitdaging, om net voor een individuele persoon de meest gepaste evaluatie- en behandelingswijze toe te passen, op basis van een combinatie van de huidige wetenschappelijke kennis, praktijkervaring, de voorkeuren van de patiënt, en vooral een sterk vermogen om alle puzzelstukjes in elkaar te doen passen door middel van doordacht klinisch redeneren. En ja, soms faal je. Maar daar kan je alleen maar van leren. Ook voor de wetenschap is deze zone een uitdaging om onze zoektocht naar optimalisaties verder te zetten. Echter, veel andere therapeuten zouden toch liever meer met het zwart-wit verhaal verder gaan. “Het hangt er vanaf” is helemaal niet het antwoord wat men wil horen als gevraagd wordt of men voor optie A of optie B moet kiezen. Mensen willen een simpel en duidelijk antwoord, en willen gewoon weten of het A of B is. De meeste mensen houden helemaal niet zo van die grijze zone, omdat dit hen uit hun comfort zone haalt. Een comfort zone waarbij we maar blijven doen wat we altijd deden, is altijd wel leuk vertoeven, maar zal ons waarschijnlijk niet verder vooruit helpen in de ontwikkeling van ons beroep. Meer nog, het houdt zelfs enkele potentiële gevaren in voor ons beroep. Je moet immers de dag van vandaag niet ver gaan zoeken om alternatieve visies te horen over het voorkomen of behandelen van klachten van het bewegingsstelsel, die dikwijls erg populistisch geformuleerd worden, en jammer genoeg nog veel minder (of niet) gebaseerd zijn op wetenschappelijke evidentie.

Deze visies zijn dikwijls ook erg aanlokkelijk voor de therapeut in de grijze zone, omdat bepaalde behandelingsmethodes als zeer effectief worden voorgesteld, en bovendien erg snel resultaten zouden opleveren. Dikwijls dan ook nog op een manier waarbij de therapeut de “quick fixer” is met de gouden technieken, de patiënt zo weinig mogelijk moet doen, en op het einde van de rit je zogezegd een “perfect match” hebt. Iedereen kan (en mag!!) zijn mening hebben. Alleen is het jammer dat door de stormvloed van informatie (denk aan sociale media), er ook veel foutieve en wetenschappelijk onjuiste informatie een groot deel van onze collega’s bereikt. En dit schaadt ons beroep. Als therapeut moeten we steeds kritisch blijven staan ten aanzien deze informatie, en niet zomaar in deze valkuilen springen. Wij als fysiotherapeuten hebben een uitgebreide kennis over de bewegende mens, en dit is onze identiteit! Wij als fysiotherapeuten zijn de experten van het bewegingsstelsel! Of… daar moeten we tenminste naar streven! Heel goed wetende dat we nog maar weinig weten. Vanuit de uitdaging, en niet vanuit de valkuil gaan we vooruit!

Met sportieve groetjes,